Samenstroom

Niger-Benue-Confluence-3

Hoofdstuk 1

Mijn groene koffer is gepakt. Een grote koffer voor een reis van drie weken naar Nigeria. De koffer staat altijd op zolder in een opberghok onder de lage schuine zijde van het dak. Het is een harde koffer met vier sluitingen en een nummer slot. Hij staat al de hele week op zolder. Elke keer als ik bedenk wat mee moet leg ik er iets in. Ik voel de opwinding van de reis als ik de groene koffer en mijn laptoptas naast elkaar zie staan.

Ik kom naar beneden om 6.15 en de woonkamer is leeg. Ik doe de deur naar de gang zachtjes dicht en hoop dat niemand me hoort. Het is voor mij een genot om even alleen te zijn aan het begin van de dag. Ik ga op de bank zitten en begin te schrijven in mijn schrift. Straks komt een kind naar beneden. Die komt dan naast me zitten of op de bank tegenover me. Ik ga door met schrijven. Als hij of zij begint te praten onderbreek ik mijn schrijven en weet ik dat mijn tijd voorbij is. Dan is het tijd om de tafel te dekken, tijd om drinkbekers, boterhammen en fruit klaar te maken om mee naar school te nemen. Tijd om aan te sporen om aan te kleden, haren te kammen, tanden te poetsen, gymkleren te pakken, schoenen aan te trekken. Maar dat is straks. Ik ga door met schrijven. Als ik een half A4tje vol heb komt Sofie binnen.

Ik dek de tafel en ontbijt even snel met de kinderen. Ik vul bekers en broodtrommels, doe ze in de tassen van de kinderen. Om 7 uur sta ik onder de douche. Als ik uit de douche kom stommelt Michiel over de overloop. We ontwijken elkaar behendig. Als we elkaar tegen komen op de gang zeg ik niet uitgebreid goedemorgen. Ik ben dan alweer voor mijn gevoel zo veel bezig voor anderen dat ik al een soort tekort voel. Ik voel nu al een naar wrokkig gevoel opkomen. Ik neem de kinderen kwalijk dat ze mijn schrijven en mijmeren verstoren, ik neem Michiel niks kwalijk maar voel ook geen neiging om een kus of een knuffel te geven in de ochtend. Het blijft bij een korte begroeting, Hoi, zonder elkaar aan te kijken. Ik roep tegen Michiel in de douche “Breng jij de kinderen weg?”. “Ja” antwoordt hij. “Oké, doei!” en ik stuif de trap af en geef Koen een kus en een knuffel. En ben weg. Op naar kantoor. Zal Michiel Sofie eraan herinneren haar gymspullen mee te nemen? Koen is snel en is al ruim voor kwart over acht klaar om naar school te gaan. Hij kleedt zich aan en hoeft zijn haren niet te kammen omdat het zo kort is. Hij ruimt zijn eigen bord en beker af. Als hij zich daarna verveelt gaat hij Sofie plagen waardoor zij afgeleid is en vaak nog met een ragebol aan haar in haar pyjama achter haar half opgegeten boterham van tafel af loopt naar haar broer. Ze heeft geen notie van onze planning en het feit dat ze nog maar 10 minuten heeft voordat ze de deur uit moet.

Aan het einde van de werkdag stop ik op weg naar huis bij de BSO. Ik voel me volledig uitgeput. Mijn ogen voelen droog en ik voel me murw en zombieachtig. Het schuldgevoel dat ik niet genoeg werk heb op kantoor en geen productieve uren schrijf weegt zwaar op mijn schouders. Doe ik wel genoeg? Wat moet ik doen? Ik voel me achter mijn computer verstarren. Hoe harder ik me afvraag of ik goed genoeg ben hoe stijver mijn schouders worden. Ik ben kapot. En toch heb ik de hele dag stil gezeten.

Ik zet mijn fiets binnen het hek van de BSO en bereid me voor op gedraal en gewacht. Sofie draalt met een tekening of een knutselwerk en wil nog even spelen. Koen wil eerst de Donald Duck uitlezen. Ik wil naar huis maar ik bied geen weerstand. Laat maar, ik ga wel even hier op dit kinderkrukje zitten, let maar niet op mij. Na een tijdje valt het Koen en Sofie op dat ik al lang niks zeg, en niet zoals gewoonlijk druk bezig ben tassen en jassen te verzamelen. Ik geef me over aan het krukje en niet aan de gedachte dat deze vermoeide kinderen met mij mee naar huis moeten en dat er nog gekookt en gegeten moet worden. Alles mag aan me voorbijgaan. Ik reageer nergens meer op. Laat maar. Ik word uit mijn bubbel gewekt door Koen. “Mama! GAAN WE NOU?!?” Roept hij met een boos gezicht. “Zeg het maar, ik ben er klaar voor, gaan we?” zeg ik. Hij briest met zijn boze gezicht het lokaal uit. Ik vis Sofie uit de bouwhoek en haar jas en tas uit het kluitje onder de kapstok. “Kom Sofie, we gaan. Bedankt! Fijne avond. ” roep ik nog tegen de juf. We lopen naar buiten.

Ik kook in dertig minuten een maaltijd en om kwart over zes zitten we aan tafel. Zie je, denk ik, haast is nergens goed voor. Michiel stuurt me een appje dat hij onderweg is en in de file staat. We eten met zijn drieën. Ik eet werktuigelijk. Na het eten gaat de TV aan en vlucht ik naar boven. Ik lig op mijn bed met Het Luizenpaleis van Elif Shafak. De kinderen liggen al lang te slapen. Voordat ik zelf naar bed ga loop ik even bij elk kind binnen om ze een kus op hun hoofd te geven en nog even welterusten te zeggen terwijl ze rustig verder slapen. Ze worden niet wakker maar soms kreunt Koen even en draait zich om. Sofie gaat even smakken en slaakt een zucht.

Als ik me om 22.30 over geef aan mijn bed gaan mijn gedachten naar mijn werk. Ik ben niet goed genoeg voor deze nieuwe baan. Ik neem niet genoeg initiatief. Ik praat niet genoeg. Ik voldoe niet aan hun verwachtingen. Ik wil niet huilen maar doe het toch zachtjes. Eindelijk komen er tranen. Al bijna 3 maanden ben ik bezig. Ik zit ermee dat ik niet genoeg klussen krijg. Dat wat ik doe niet goed genoeg is. Ik zet beneden een kopje thee en verlang naar koekjes. Ik haal de bokkenpootjes uit de kast. “Wil je een koekje?” vraag ik Michiel die op de bank zit TV te kijken. Hij merkt niet dat ik heb gehuild. Hij trekt zijn wenkbrauwen omhoog en zegt “Oké dan”. Nou ja, graag of niet hoor denk ik, maar ik zeg niets. Hij neemt er één en de rest neem ik mee naar boven, naar mijn slaapkamer. Ik zit net een koekje te eten als ik bedenk dat ik nog de was moet ophangen. Dat kan ik tenminste en doe ik goed. Was mijn werk ook maar zo.

Hoofdstuk 2

Michiel legt de koffer achterin onze auto en ik neem mijn rugzak mee. Hij brengt me naar het station en kust me gedag. “Sterkte ermee. Ik hoop dat je het redt met de kinderen en je werk” zeg ik. “Het komt wel goed. We redden ons wel.” Ik heb het gevoel alsof ik hem in de steek laat. Het voelt als een ontsnapping. Ik voel me ergens wel schuldig maar zou het niet anders willen. Ik geef hem een knuffel maar zit geestelijk al in de trein naar Schiphol.

Op het vliegveld ontmoet ik bij de gate mijn collega Rob. Hij is civiel ingenieur en gaat onderzoeken welke riviermaatregelen nodig zijn voor binnenvaart op de Niger rivier. Ik heb hem een paar keer tijdens een Skype vergadering gehoord maar nog niet gezien. Hij is lang, heeft een kaki broek aan en een overhemd. Hij heeft een rond brilletje en heeft zijn kalende hoofd helemaal gladgeschoren. Hij moet ergens begin 30 zijn. Tijdens de reis vertelt hij me dat hij binnenkort gaat trouwen. Hij en zijn aanstaande hebben drie kleine kinderen. Ik vertel hem dat ik twee kinderen heb met mijn vriend. “En willen jullie nog meer kinderen?” Vraagt hij. “Nee ik denk het niet” antwoord ik zwakjes. “Jij bent 35 toch?” “Ja.” “Bedenk wel dat het niet meteen hoeft te lukken om er een te krijgen. Soms duurt het wel een jaar.” “hmmm”, mompel ik terug. Twee is genoeg, denk ik.

Ik ben net wakker geworden in mijn hotelkamer in Lokoja. De driver Mohamed is vanaf het vliegveld non-stop in 3 uur hiernaartoe gereden, nadat we Rob bij een hotel in Abuja hadden afgezet. De rit was lang en stoffig. De weg van Abuja naar Lokoja is een tweebaansweg dat aan de rand afbrokkelt. Er rijden grote vrachtwagens die uitbundig versierd zijn in felle kleuren. Op de achterkant staat een enkel oog groot geschilderd waardoor je erachter rijdend het gevoel krijgt in de gaten te worden gehouden. Als we aan het einde van de middag aankomen in Lokoja is mijn collega Kees, een landmeter en rivierenman, op de binnenplaats van het hotel. Hij draagt een bril, is lang en staat rechtop. De vlekken op zijn handen en glazige waas over zijn ogen verraden zijn leeftijd. Hij heeft grijs stekelhaar. “Goedemiddag, jij bent vast Sanne?” “Ja, hallo Kees. Dirk heeft over je verteld. Fijn om kennis te maken”. Kees spreekt met een Rotterdams accent. Dirk, de projectleider die al een week eerder in Abuja is aangekomen, heeft me wat over Kees verteld. Ik schat hem in de 70. We geven elkaar een hand. “Hoe is het hier?” vraag ik. “Ik mag niet klagen. Het werk zit erop voor vandaag”. De handen van Kees herinneren me aan mijn vader. De huid was oorspronkelijk licht maar door alle bruine vlekken die volledig aansluiten zie je de oorspronkelijke kleur niet. Hij heeft een deuk in zijn stekelhaar aan de achterkant van zijn hoofd waar zijn pet heeft gezeten. Ik zie mijn vader ook zo zitten met een pet op. In alle jaren dat wij in de tropen woonden droeg hij altijd een pet. Een overhemd of T-shirt met korte mouwen en een lange broek. Kees en ik zitten in de open ontbijtzaal. In de tussentijd zie ik Mohamed mijn groene koffer uit de kofferbak tillen. Het hotel bestaat uit een afgeschermde binnenplaats met ongeveer tien kleine huisjes die aan elkaar grenzen. Ze hebben ieder een eigen voordeur. Ik krijg van een mevrouw een sleutel aan een houten blokje met de nummer 5 erop. Ik volg haar en open de deur van mijn kamer en alles is donker. Op de vloer ligt tapijt. Er is een groot en heel hard tweepersoonsbed. Het kussen bestaat uit een lange rol over de hele breedte van het bed. De lakens en dekens zijn schoon en allemaal verschillend van print. Ook het tapijt heeft een drukke print. Zwart met donkerbruin. Ik zet mijn koffer op het daarvoor bestemde rekje. Ik open de gordijnen van het ene kleine raampje van de kamer. Buiten, naast de deur, staat een plant met een bruine rechte stam en groene lange puntige bladeren. Er lopen wat zwarte mieren over het betonnen opstapje voor de deur richting de plant.

Hoofdstuk 3

Met mijn laptop rugzak naast me op de achterbank brengt Mohamed mij de volgende ochtend naar het kantoor. We rijden bij de ingang van het terrein voorbij een man in een lange jurk en een rond hoedje op zijn hoofd in dezelfde verschoten lichtblauwe kleur. De chauffeur wisselt een paar woorden met hem die ik niet kan volgen. De bewaker opent handmatig de slagboom. Aan een kant is een blok beton bevestigd als contragewicht en hij laat de boom omhoog aan een stuk touw dat aan het andere uiteinde bevestigd is. We parkeren naast een laag gebouwtje met een golfplaten dak. Er komt een vrouw aanlopen met een lange wikkelrok en een doekje om haar hoofd. “Good morning” zegt ze. “I am Josefine”. We geven elkaar een hand en ze opent de deur. Binnen ruikt het een beetje muf. Het is donker, maar als Josefine de luiken heeft geopend zie ik de beige tafels met bureaustoelen erachter. Elke tafel is voorzien van een stekkerdoos. Ik installeer me aan een van de tafels. Waar is de rest van het team vraag ik me af?

Ik zit aan een tafel in een kamer waar 3 werktafels in een U vorm zijn gezet. Er staan 2 kasten midden in de ruimte en 1 tegen de wand. Er staan multomappen in. Veel planken staan nog leeg. Ik zie door het hoge raam de auto waarmee we hier naartoe zijn gereden. Mohamed zie ik niet meer. Er zouden nog andere mensen van ons ingenieursbureau hier moeten zijn. Josefine komt binnen met een grote mok koffie. Ze zet het neer op mijn tafel naast mijn laptop met een servetje eronder. “Thank you. Do you know if Mr. Dirk will be coming in today?” vraag ik haar. “No. I don’t know”. Ik begin te werken. Eerst orden ik de projectdata die ik heb kunnen vinden en plot alle locaties van havens in een kaart. Dan stuur ik Dirk een email dat ik goed ben aangekomen en op kantoor ben. Ik vraag hem wanneer de rest naar Lokoja komt of dat ik op afstand al iets voor ze kan doen.

Ik ben hier om met kaarten en GIS de ingenieurs te ondersteunen bij hun onderzoek naar binnenvaart op de Niger River. De plaats waar we zijn, Lokoja, ligt aan de rivier. Het ligt zelfs vlakbij de samenloop van de rivieren Niger en Benue, In het Engels noemen ze het de ‘confluence’. Na de samenstoming gaan ze naar het zuiden samen verder als river Niger. Met satellietbeelden heb ik al bekeken hoe het er van bovenuit ziet. De smalle Benue is donkerblauw op het beeld en voegt zich vanuit het oosten bij de dikke lichtblauwe Niger die van noord naar zuid stroomt. De donkerblauwe kleur is stroomafwaarts helemaal verdwenen.

Ik neem een slok koffie. Oploskoffie. Het voelt geruststellend om koffie te drinken. Ik denk even aan de collega’s in Arnhem, waar ik meestal een werkkamer mee deel en waar we voor elkaar koffie halen. Ik grasduin door de map waar de data van mijn voorganger in staat en zoek documentatie van wat hij heeft gedaan. Ik vind een map met dieptemetingen en een map met technische tekeningen van havens. Ik had gehoopt de vorige GIS adviseur te spreken voor een fatsoenlijke overdracht, maar hij was niet bereikbaar in Nederland omdat hij zorgverlof had genomen voor zijn zieke vrouw. Ik start QGis op en begin met het maken van een overzichtskaart van het projectgebied. Ik rijg alle dieptemetingen en tekeningen van kades die ik kan vinden aan elkaar. Het projectgebied beslaat de hele Niger vanaf het westelijkste punt in Nigeria. Ik vraag me af wie commercieel wil varen op de Niger. Wat willen ze gaan vervoeren? Steen, zand, ijzererts, kolen, hout, olie? Terwijl ik aan mijn kaart werk zoemt de airconditioner. Vanaf het moment dat ik hier ben gaan zitten voel ik opwinding, onzekerheid en ongemak, de gevoelens wisselen elkaar steeds af. Er gaan vragen door mijn hoofd als: Wat is Josefine aan het doen? Wat verwacht ze van mij? Waarom heb ik nog niks gehoord van Dirk? Mijn collega Rob moet in Abuja op het hoofdkantoor van de Nigerian Water Authority, NIWA, data opzoeken over rivierafvoeren. Zo dwalen mijn gedachten steeds af. De koffie is op. Ik hoor het gezoem van de airco wegvallen. De tl-buizen aan het plafond gaan uit. Plink, plink, plonk. Ik hoor nog steeds een zacht gezoem. Het is mijn laptop die stroomloos zachtjes doorwerkt op zijn batterij. Om mij heen is het natuurlijke licht zwak en zie ik overal schaduwen. Er komt wel wat licht door het hoge raam. In Nederland beginnen de ramen op kniehoogte, hier kan je alleen uit het raam kijken als je gaat staan en je uitrekt. Ik kijk naar buiten en zie niemand. Ik loop naar de hal van het kantoorgebouwtje en loop naar het andere gedeelte. Aan mijn rechterhand loop ik langs een keukentje. Ik steek mijn hoofd even naar binnen, maar zie niemand. Ineens begint een telefoon te rinkelen. Het is een vaste telefoon op een groot bureau bij de ingang. Ik ben geschrokken van het plotselinge gerinkel. Blijkbaar blijven vaste telefoons het doen als de stroom uitvalt. Ik loop voorzichtig en met half ingehouden adem naar de telefoon. “Hello?” “Hi Sanne?” “Dirk, hallo.” Ik voel mijn schouders zakken bij het horen van een bekende stem. “Hoe gaat het daar?” “Goed, Mohamed en Josefine hebben goed voor me gezorgd. Ik ben geïnstalleerd in het hotel en nu hier aan het werk. De stroom is uitgevallen, maar mijn laptop doet het nog wel voor een paar uur.” “Ah, mooi zo. Ja, ik ben voorlopig nog in Abuja om alle due diligence formaliteiten rond te krijgen. Rob zit hier nog een paar dagen in het archief. Hij zal over een paar dagen bij jullie zijn. Heb je Kees al gezien?” ”Ja, in het hotel.” “Je zal hem vanavond wel zien. Ze zijn vandaag metingen aan het doen. Kan jij voorlopig vooruit? Ik heb geen zicht op hoe ver mijn voorganger was, maar het zou fijn zijn als je het kan oppikken waar hij gebleven is.” “Ja, ik ben in zijn werk gedoken. Hij heeft weinig gedocumenteerd dus het is wel even puzzelen” “Ja een persoonlijke overdracht was handiger geweest, maar het is even niet anders. Praat straks met Kees. Hij kan je vertellen welk kaartmateriaal en welke analyses nodig zijn” “Oké” “Ik zie je in een paar dagen. Succes.” “Ja, bedankt” . Er klinkt een tuuuuut aan de andere kant van de lijn en ik leg de slanke zwarte hoorn terug op het rechthoekige toestel.

Josefine komt binnen. “What would you like for lunch miss? I will order food” “What is there?” vraag ik. “Beans and rice with fish, beans and rice with chicken of noodles with fish or noodles with chicken”. “Could I have beans and rice without the fish or chicken?” “Yes, miss” en ze loopt weer weg. Ik heb weer het rijk alleen en luister naar de airco die het weer doet. Ik sta even op en kijk uit het raam. Mohamed zit op een bankje voor het gebouwtje en kijkt op zijn telefoon. De auto heeft hij in de schaduw gezet van een acacia.

Ik ben al drie dagen in Lokoja op kantoor. De week is al bijna om. Het is vrijdag en ik voel dat ik door mijn GIS klussen voor Kees heen ben geraakt. Ik heb alle dieptelodingen verwerkt tot dieptekaarten en heb een serie A3 kaarten gemaakt van de rivier binnen het projectgebied. Ik heb de CAD tekeningen van havens die ik kon vinden in de projectmappen toegevoegd. Ik heb de kasten afgestruind naar kaartmateriaal of harde schijven met data. Ik neusde door van alles en vond vooral correspondentie, rekeningen, administratie. Geen technisch inhoudelijk interessant materiaal. Ik ben begonnen alle websites met open data af te struinen om te zien of ik iets interessants voor het project kan op duiken. Het voelt als bezigheidstherapie. Kees heeft geen aanvullende opdrachten voor me en Dirk en Rob reageren ook niet op mijn vragen als ik ze email. Ik ben gestuit op satellietbeelden van de Niger en de Benue. Twee beelden zijn bruikbaar van het heel vorig jaar, de rest van de beelden zijn bedekt met wolken. Zo begin ik me hier ook te voelen bedekt door een wolk van doelloosheid, gebrek aan richting en resultaat voor het project. Doe ik wel genoeg? Doe ik wel de goede dingen? Wat kan ik nog meer doen? Is mijn verblijf hier wel geoorloofd als ik hier straks een beetje duimen zit te draaien? Binnenkort komen Dirk en Rob ook naar Lokoja. Ik ben er blij om. Zo alleen hier op kantoor met Kees die komt en gaat begint een beetje ongemakkelijk te voelen. Ik wil graag werken, geef me alsjeblieft iets te doen. Ik bedenk ineens dat ik een week lang mijn kinderen niet heb vastgehouden, gekust, hun haren geroken. Is dit het waard?

Ik word om 8 uur wakker. Als ik naar de overdekte eetzaal loop zie ik Kees achter een bord met kruimels. Hij rookt shag. De rook waait weg tussen de pilaren van de veranda. “Goedemorgen Kees”. “Dag Sanne”. “Good morning” zeg ik tegen de hotel dame die meteen aan komt lopen om te vragen of ik koffie of thee wil. ‘Mag ik een keer met je mee de rivier op?’ vraag ik “misschien kan ik ergens mee helpen?”. Ik wist toen ik hier heen kwam dat er geen veldwerk te doen zou zijn, maar vooral GIS werk op kantoor. Meer en meer vraag ik me af waarom ik naar Nigeria moest komen om dit werk te doen. Gisteren hebben we naar de rivierdiepte data gekeken en het zag er goed uit, al hebben we niet alle lodingen gevonden van het hele projectgebied. De dieptekaart van de rivier is een soort gatenkaas. Langzaamaan ontstaat een beeld van de rivierbodem. Je ziet rivierduinen op de bodem en uitgeschraapte dieptes langs betonnen wanden. “Ik heb een app op mijn telefoon waarmee we de coördinaten van kades en havens kunnen inmeten. Dan kan ik ze later op de kaart zetten. Dat zou ik kunnen doen als ik met je mee ga”. “Morgen zou je mee kunnen, ik ga dan kijken naar de toestand van een paar aanlegplekken bij een aantal dorpen benedenstrooms en praten met de mensen daar. Ik heb morgen hier om 8.30 afgesproken met Mohamed”. “Oké, ik zal er ook zijn”. Ik verheug me er als een klein kind op om een dag het veld te gaan.

Hoofdstuk 4

De boot van NIWA waar we in zitten tuft langzaam de rivier op. Ik zie in de verte een kanoachtige schuit aankomen. De boot zit propvol mensen. Ze zitten in een enkele rij achter elkaar van voor tot achter. Sommige mensen houden tassen vast die naast hun staan. De boot ligt diep in het water. Achterin zit een dunne jongen die een buitenboordmotor bestuurt.

Vandaag mag ik met Kees en Mohammed mee de rivier op. Het regent nog steeds een beetje, maar het deert me niet. Ik heb nu al dagen naar de rivier zitten turen op het scherm van mijn computer. Er zitten nog veel gaten in de kaart van de rivier. Ik heb een manier bedacht om de ontbrekende informatie alsnog binnen te halen. Ik heb mijn telefoon opgeladen en de Open GPS tracker app getest door een rondje door de buurt te lopen. Het werkt perfect, net zoals thuis, waar ik de app eindeloos heb getest tijdens eenzame fietstochten over de Veluwezoom en langs de Rijn en IJssel. De telefoon legt mijn route vast en naderhand download ik die in QGis en plot de route als een lijn op de kaart.

Als de motor start begin ik met opnemen. Ik noteer ook alle herkenningspunten. De steigers die ik hier en daar langs de kant zie. “Dit is het helemaal he? “vraag ik Kees verheugd. “Ja, kind, het is je aan te zien, ik heb je nog niet zo zien grijnzen sinds je hier bent” Antwoord Kees. I maak foto’s met mijn telefoon die ik later in QGis kan toevoegen als punten op de kaart. “Ja, dit is waar ik van gedroomd heb” antwoord ik terwijl ik me van hem af draai en de vaarrichting in kijk. “Deze data gaan we echt gebruiken” ik knik in de richting van mijn telefoon. “Ik ben zo blij dat de app ook hier in Nigeria werkt.” Het voelt ineens of de wereld heel klein is. Voor de techniek maakt het niet uit of je in een rijk land in west Europa bent of een arm donker land diep in Afrika. “En jij hebt dit al jarenlang mogen doen Kees! Wat fantastisch! Dat doe je goed.” schreeuw ik boven het geronk van de buitenboordmotor uit. Ik kan niet stilzitten. Ik verzit me continu op het bankje in de boot en draai alle kanten op om niets te missen. In mijn enthousiasme stap ik van de ene kant van het bootje naar het andere uiterste waardoor de boot een beetje schommelt. ‘Woohoo! Rustig aan Sanne’ roept Kees “Het water staat veel te hoog voor deze tijd van het jaar en het water stroomt snel, dus we moeten een beetje oppassen. “”Oké”, ik ga meteen stil zittenen verroer me niet. Ik check mijn GPS app. Hij neemt alles op.

De volgende ochtend regent het hard. Ik sta op, douche en kleed me aan en trek een sprintje naar de overdekte ontbijt patio. De regen klettert naar beneden. Kees zit achter een leeg bord. Hij heeft zijn ontbijt al op. “Goedemorgen!” Half schreeuw ik. Hij knikt alleen en trekt zijn wenkbrauwen omhoog. “Zo, zin in een boottochtje?” vraag ik hem lachend. “Nee, het is niet echt technisch weer” antwoord hij droog. “Het kan zelfs gevaarlijk zijn. Als het zo hard regent stijgt het water snel en neemt de stroming toe. De regentijd begint blijkbaar vroeg dit jaar”. Het is mei en de regentijd zou nog een maand op zich moeten laten wachten.

Mohamed brengt me vandaag naar kantoor en gaat daarna op pad met Kees. Ze gaan naar Idah, een dorp ten zuiden van Lokoja om te praten met een havenmeester over een andere boot. Kees vertrouwd met het hoog water zijn boot niet. Het water in de rivier staat nu hoog wat gunstig is om de waterbodem te kunnen inmeten van kant naar kant. Ik heb de data van gisteren bij me op een stick en ga er vandaag een kaart van maken. Het regent weer, Mohamed zet me af. Het kantoor is open. Ik ren van de auto door de regen naar het kantoortje en sluit de deur achter me. Ik zie of hoor Josefine niet. Ik installeer me en begin met het inlezen van de metingen. Dit vind ik een van de leukste dingen aan mijn werk. Deze truc beheers ik goed. Ik maak van de ruwe data op de USB-stick een kaart waarin je door het kleurverloop mooi kan zien hoe de bodem en de oevers van de rivier er uit zien. Je ziet brede diepe blauwe banen afgewisseld door gele zand bultjes aan weerszijden. Terwijl ik diep in mijn computer verdiept zit hoor ik buiten iemand roepen en een paar honden aanslaan. Ik hoor een doffe dreun tegen de gipswand rechts van me. Ik kijk op van mijn scherm en zie water naar binnen stromen. Ik zie water de ruimte binnen stromen waar ik zit. Ik voel mijn voeten nat worden. Ik spring op en mijn stoel valt achterover met een plons en een dreun. Snel kijk ik rond naar de vloer. Ik pak mijn doorweekte rugzak van de grond en sluit die in mijn ene arm. In mijn andere arm klem ik mijn laptop. De snoer zit in een stekkerdoos op de tafel. Ik volg het snoer naar de muur waar die al bijna onder water gaat. Krijg ik nu een schok? Ik trek stekkers uit de stopcontacten en prop mijn laptop in mijn tas. Het water komt tot mijn kuiten. Ik zie de kasten en denk aan alle administratie mappen die erin zitten. Het water stijgt nog steeds. Ik voel me verbazingwekkend alert en rustig. Hoe kom ik hier uit? Ik waad door de gang naar de voordeur, die ik niet open krijg. “Miss! miss!” hoor ik Josefine roepen die er ineens buiten aan komt rennen. “The river is flooding, come! Come!” Het raam is te hoog. De deur opent naar buiten. Ik duw nog een keer en Josefine trekt. Er gebeurt niets. “Godver de fuck! Fuck! Fuck!” zeg ik hardop. ‘Is dit het dan?’ denk ik ‘Ga open, please, please, please’. Ik doe een stap naar achteren en beuk met mijn schouder en heup tegen de deur aan. Mijn voeten plonzend door het enkelhoge water. Ik laat alles uit mijn handen vallen op de tafel van de telefoon. Bam! Bam! Bam! Ik voel een steek in mijn schouder, pijn aan mijn bovenarm maar blijf beuken tegen de deur. “Shit, shit”. Zeg ik. ‘Is dit het dan? Denk ik weer. ‘Dit kan niet. Nee. Koen en Sofie schieten door mijn hoofd. Ik zet met schrap tegen de tafel en begin te trappen tegen de deur in de buurt van het slot. Ik zie nergens een grendel hier aan de binnenkant. Het slot zit verstopt. ‘Waar blokkeert die nou, godverdomme.’ Ik hoor KRAK! Aan de andere kant zie ik Josefine met een koevoet. Het is haar gelukt. Van mijn laatste trap is zij achterovergevallen in het water. “Come! We have to go to a higher place. Follow me.” Ik gris mijn tas van de tafel en waad achter haar aan. Het water staat net boven onze knieën.

Op straat lopen mensen met tassen vol spullen op hun hoofd. Ik zie een man die een boom in is geklommen en ik zie iemand die op het dak van een auto is geklommen. “We need to walk to higher ground” zegt Josefine. Terwijl we weg lopen van het kantoor en de auto stop ik mijn laptop in mijn tas, die ik nog steeds tegen mijn bovenlijf klem met mijn rechterarm. Terwijl ik met Josefine langs de hekken van NIWA naar een hoger gelegen deel van Lokoja loop, vraag ik me af hoe dit er uit ziet van boven. Ik denk aan de satelliet die boven ons, ver in de ruimte vliegt en dit vastlegt in een beeld. Ik kijk naar Josefine die stoïcijns snel doorloopt. Voordat ik kan vragen wat er is gebeurd zegt ze “This is a flash flood, it has happened before, but never this fast, this deep. We have to go to city hall, it is higher, it will be dry. We will be safe there”. We lopen richting het centrum van de stad. Het is de eerste keer dat ik me lopend begeef op straat. Ik besef ineens dat ik me al een week lang heb laten rijden door Mohamed en me niet een keer buiten het hek heb begeven. Ik heb me vrijwillig laten opsluiten. In mijn rol als autistische GIS-expert in haar ivoren toren los van de mensen op straat en de echte wereld om me heen gefocust op de rivier en mijn opdracht. Wat ben ik toch volgzaam en passief. De lucht is donker van de regenwolken. Ik zie mensen zoals wij die waden door het water dat tot boven onze knieën komt en we lopen stug door. We komen een vrouw tegen met een baby op haar rug in een doek. Op haar hoofd houdt ze een grote bundel in een doek. Aan haar heupen klemt ze een jongen en een meisje 2 en 3 jaar oud schat ik. Ze huilen en de moeder heeft moeite ze vast te houden. “Can I help carry them?” Vraag ik haar. Ze knikt alleen en geeft me het jongetje en met grote verschikte ogen kijkt hij mij aan. Ik pak hem met een arm vast en draag hem met gemak op mijn heup, zoals ik vroeger zo vaak mijn eigen kinderen heb gedragen. Ik voel dat ik een mama ben. De beweging van een kind optillen en op mijn heup planten voelt zo vertrouwd. Zelfs met al dat water gaat het makkelijk. Het jongetje is veel lichter dan Koen of Sofie. Hij kijkt mij aan en houdt zijn armpjes angstvallig voor zijn borst. Hij is stil en durft blijkbaar niet meer te huilen. Hij bibbert in mijn armen. We lopen omhoog. De straat loopt heel geleidelijk omhoog. Het water staat al onder mijn knie. We zien en horen steeds meer mensen die zich hebben verzameld op hoge delen. Er staan gestrande auto’s midden op de weg, verlaten door hun eigenaren. Ik zie een man die in het raam van een auto zit. Hij kijkt over het dak heen naar ons. Ik zie een vrouw die een boom in is geklommen en grote bundels in doeken aan de takken heeft gehangen. We horen een autoalarm afgaan. De mensen roepen naar elkaar in een taal die ik niet versta. We bereiken een stampvol plein waar het water maar enkel hoog staat. Ik geef het jongetje terug aan zijn moeder. Ze knikt naar me pakt zijn hand en loopt weg. We bereiken het stadhuis, een groot wit gebouw dat te bereiken is via een trap. Er staat een groot hek omheen. Ik plof neer op de eerste droge trede en Josefine naast mij. Ik voel een gemis. Ik mis mijn kinderen ineens en heb een steek van heimwee. Wat die ik hier? Wat heeft het allemaal voor zin? Ik kijk in mijn tas en zie dat mij laptop toch nat is geworden. Heb ik alle data geback-upt? Vraag ik me af.

Hoofdstuk 5

Het plein staat niet onder water. Er zijn alleen een paar plassen hier en daar. Er hangt een vieze geur van opdrogend slib. Het ruikt wee als op een vuilnisbelt. Ik kijk vanaf de trappen van het stadhuis uit op een hooggelegen plek waar honderden mensen zich verzamelen met hun bundeltjes. Het is de plek waar normaal een markt wordt gehouden. Overal is het nat. Je wil niet gaan zitten. Toch zie ik her en der uitgeputte mensen gaan zitten. Josefine is naar binnen gegaan. Ik voel me hulpeloos met een mobiel die het niet doet in Nigeria die ik slechts gebruik als horloge, wekker of gps. Maar van alle dagen dat ik hier ben geweest voel ik me nu het minst onzeker. Ik kan me over geven aan overmacht. Het ontslaat mij van de verplichting om op zoek te gaan naar nuttig werk, naar opdrachten voor GIS werk, om initiatieven naar collega’s te ontplooien en ze van dienst te kunnen zijn. Ik voel nu pas hoe die druk op me heeft ingewerkt. Deze week in Lokoja zonder de afleiding van een huishouden, gezin of sociaal leven heb ik 12 uur per dag om te werken. Nu ik feitelijk zonder bruikbare data of opdrachten zit als input voor mijn werk zat ik mijn tijd te vullen door data op te sporen op internet. Ik haat het gevoel dat ik niks nuttigs kan doen. En dat het onzeker is of hetgeen ik doe nuttig is voor het project. Ik heb dan een continu schuldgevoel. Een duveltje op mijn schouder die mee kijkt en afkeurend vraagt “Sanne, waar ben je nou in godsnaam me bezig!”. Door de afwezigheid van collega’s om me heen heb ik deze week geen referentiekader gehad. Ik had makkelijk contact met ze kunnen zoeken. Via de Skype voor Business app kan ik, als de wifi werkt, zien of ze online zijn of niet. In de drie maanden dat ik voor dit bedrijf werk ben ik nog niet zo close met mijn collega’s om ze willekeurig te messagen.

Ik ga zitten op een traptrede naar het stadhuis en haal mijn rugzak van mijn rug. Er zit een klein bodempje water in. Ik haal mijn laptop eruit die aan een kant nat is. Ik heb nergens om hem droog neer te leggen terwijl ik in de ene hand mijn laptop, natte papieren, pennen houdt schud ik de tas om. Er stroomt een straaltje uit. Ik rits hem helemaal open en stel de binnenkant bloot aan de zon. De zon brandt fel en alles voelt klef en warm. De broek aan mijn benen. Mijn soppende voeten in mijn schoenen. Mijn blouse op mijn rug. Ik heb niets om mijn spullen mee te drogen en stop alles terug in mijn vochtige tas. Mijn paspoort en portemonnee in het voorvakje zijn ook vochtig maar verder helemaal intact. Zou mijn computer het nog doen? Had ik mijn diepte kaarten en plattegronden van de rivier allemaal op het netwerk opgeslagen? De resultaten had ik wel naar Kees gemaild, dus dat moet ik terugvinden in mijn Sent Items. Maar op alle data van de afgelopen dagen gered is of nu op mijn natte laptop staat weet ik niet.

Terwijl ik mijn tas openhoud in het zonlicht om te drogen komt Josefine weer naar buiten “Please come”. Als ik naar binnen loop kijkt niemand op of om. Iedereen is aan de telefoon of is verdiept in een gesprek. We lopen voorbij een ontvangsthal waar langs de muren kleine bureautjes staan waar mensen werken. Ik word gebracht naar een bureau waar een vrouw zit. ‘Can I help you?’ vraagt ze. Ik leg uit dat ik een consultant ben en dat ik een opdracht voor NIWA doe. “Just wait” zegt ze. Na 15 minuten komt er een man op me aflopen met een enorme buik. Als hij naar voren loopt beweegt zijn lichaam ook van links naar rechts. “Hello, I am Samuel Adekinle of the national emergency management agency NEMA. I’m sorry but we are very busy, but step inside my office” Ik volg de man en Josefine blijft achter in de ontvangsthal. “Please sit”. Ik kijk naar de stoel en naar mijn doorweekte broek. Alleen de broekband is nog droog. De rest is een egaal bruine kleur 2 tinten donkerder dan het oorspronkelijke beige. Ik ga zitten. Ik leg uit waar ik de afgelopen weken mee bezig ben geweest: verwerken van waterdiepte data en plattegronden van havens in een kaarten atlas van de Niger”. Terwijl ik praat begint Samuel te knikken. “We are rescuing people from the flooded areas. We also need to start with a damage assessment. You cannot go to the river office of NIWA in Lokoja. Can you help us with the mapping work from our headquarters here?” Hij wijst naar een klein tafeltje links van zijn enorme bureau. Er staat een desktop PC op. “Yes I would like to help. I have to get in contact with my colleagues though, to let them know. Can I call them? “ “Of course, use my phone”. Er klopt iemand op de deur en zegt iets in een rap tempo tegen Samuel. “I need to leave for a moment, I will return shortly.” Hij loopt weg achter de deurklopper aan.

Terwijl ik wacht in het kantoor van Mr. Samuel voel ik ineens de vermoeidheid in mijn armen en benen. Zware benen en zware armen. Het voelt vreemd om hier even alleen te zitten terwijl het buiten en in de rest van het kantoor krioelt van de mensen. Nogmaals rits ik mijn rugzak helemaal open en kijk hoe nat alles is. Ik stal de inhoud uit op de rand van Mr. Samuels bureau. De tas is niet meer kletsnat maar alles is bedekt met druppels: Mijn laptop, de voeding, de snoeren, de muis, mijn schrift. Mijn portemonnee en paspoortetui, een handje vol pennen, mijn telefoon. Zou ik Dirk niet moeten bellen? Er staat een telefoon op Mr. Samuels bureau. Ik pak de hoorn en draai het nummer van Dirk. Ik krijg een automatische stem die zegt dat ik een verkeerd nummer heb gebeld. Please dial again. Ik plof weer neer in een plastic stoel en kijk wat voor me uit. Ik wou dat ik even kon liggen.

Na minuten wezenloos voor me uit te staren op een stoel naar mijn uitgestalde vochtige spullen komt Mr. Samuel terug met een collega. “I need help coordinating rescue operations. We need maps. If you could please help us now it would be of much use. Please follow me. I will show you a desk you can work on. If your laptop doesn’t work, Jackson here will provide his. Excuse me, I have to meet the Red Cross People that just arrived.” Hij gaf me een kordate hand en draaide zich om naar iemand die op dat moment op zijn schouder tikte. Ik loop achter Jackson aan. Hij is jonger dan ik. Slank en zijn kleren zijn helemaal droog. “Were you here when the flooding started?” vraag ik hem terwijl ik met hem op loop. “Yes, we have been here all morning. Until now I am of most use here. Look.” Hij wijst me naar een grote ruimte met een whiteboard. Er staan drie bakbeesten van desktop pc’s op een lange witte tafel. Op de whiteboard staan namen van mensen verdeeld in 10 groepen. “We have ten rescue operations in ten locations all being executed at the same time.” Naast de genummerde teams staan namen van plaatsen: Lokoja, Ofu, Idah, Ibaji, Ajaoukuta. Ik denk ineens aan Kees en Mohamed die vanochtend op weg naar Idah waren. Ik herken een aantal namen van de rivierenkaarten die ik de afgelopen dagen heb gemaakt. “I want to make a map so we can show where the teams are. We also want to make a record of locations of casualties and damage. Can you help me?” “Yes, I think I can” antwoord ik. “Do you have internet?” “Yes of course”, antwoord hij. We gaan zitten aan een van de computers en gaan aan het werk. Na een uur hebben we al veel bruikbaar materiaal en hebben we een werkwijze bedacht hoe we informatie gaan verwerken en verspreiden. Ik voel me in een flow van mijn werk komen zoals ik het al lang niet heb gevoeld. Binnen twee uur hebben we een overzichtskaart gemaakt met alle locaties aparte in detail kaarten die we uitprinten en op het white board plakken. Ik voel mijn plakkerige kleding en vermoeidheid niet. Elke vraag van Jackson kan ik omzetten in een actie. Jackson schrijft koortsig mee om alle stappen vast te leggen. Ik realiseer me dat ik gelukkig ben. Er is iemand die mij vragen stelt die ik kan beantwoorden, ik kan iemand helpen! In de tien dagen dat ik voor het Niger River Transport project werk heb ik deze urgentie niet gevoeld. Het was een doods project waar niemand op zat te wachten.

Ik ben zo druk bezig dat ik alle besef van tijd kwijt ben. Het is al drie uur geweest. Tijdens het werk heb ik me geen moment afgevraagd of ik goed genoeg ben om dit te doen. Ik kan het en ik doe het gewoon. Jackson heeft nu alle kaarten die hij nodig heeft. We hangen ze op een prikbord. Tien prikkers in verschillende kleuren symboliseren de teams. “What is the next step?” vraagt Jackson. “What are the teams reporting back? How do the do it? On paper of digital, photo’s?“ vraag ik hem. “We are meeting here to coordinate next steps. They will arrive soon and tell us what they saw”. “Good” antwoord ik “then we can ask them what kind of information they want to collect. We can help them by making some kind of form or checklist. We can structure the information and geocode any pictures they take with their phone”. Op dat moment loopt Mr. Samuel naar binnen. Ik loop op hem af en zeg “Let me show you what we made”. We lopen langs het prikbord en op het white board teken ik een impressie van de schade kaart die ik wil maken. En vertel ik hem mijn idee om de informatie van de teams te structureren via een invullijst die we aan laten vullen met foto’s. “I am impressed” zegt Mr. Samuel “These overview maps will be a great help to us. Please sit in with our meeting. The teams are arriving right about now.” Terwijl hij dit zegt druppelen er mensen de zaal binnen. “This is the Red Cross team. Their information specialist is Ignacio Tula”. Het Rode Kruis met hun eigen informatiespecialist. Ben ik hier dan toch overbodig? Terwijl ik de nieuwe mensen opneem gaan ze zitten aan de aan elkaar geschoven tafels in de ruimte. Ze slaan geen acht op Jackson en mij. Een man heeft donker haar en een compact lichaam. Hij is een kop kleiner dan ik en ziet er zuid Amerikaans uit. De ander is net zo donker als Samuel en Jackson en heeft een Nigeriaans accent. Ze dragen allebei een fleece trui met een rodekruis logo en een afritsbroek. Ik schat dat ze ongeveer even oud zijn als ik. Terwijl Jackson wacht bij de printer waar hij steeds A4tjes eruit plukt. Ik zit voor het computerscherm. Alle basics hebben we op kaart: wegen, plaatsnamen, de rivier. Ik heb een tekenlaag aangemaakt om schades in te tekenen. Ik zet een stip op het kantoortje van Niwa. Rode punt met het label NIWA Office. Op dat moment begint Samuel met het Rode Kruis team te praten. “The school needs to be evaluated before dark.” “Where are they bringing them?” “The Plaza mall, it is about half a km away from here.” Het Plaza winkelcentrum fungeert nu dus als opvangplaats. Ik google het en zet de opvanglocatie op onze crisiskaart. Ze bespreken welke mensen naar de school gaan en welke spullen er naartoe moeten. Tijdens het praten wordt er druk getelefoneerd en worden er orders uitgedeeld. Na tien minuten zijn ze klaar met praten en zonder ons een blik waardig te gunnen lopen ze de ruimte uit. Ho wacht! Denk, maar ik wil ook iets doen ik wil ook helpen! Ik voel me net een klein kind dat niet mag meedoen met haar grote zus en haar vrienden. Ik loop er als spuit elf achteraan. Terwijl ik loop denk ik, maar misschien loop ik in de weg, er moeten mensen gered worden, het opnemen van de schade komt later. Ik loop op Ignacio af en vraag “Can I help” “Madam please go to the volunteer coördinator, he knows” hij wijst naar zijn collega die zijn laptop heeft opengeklapt. “I want to help with the school, what can I do”. “We are leaving in ten minutes, the red pickup in the parking lot” zonder op te kijken van zijn scherm wijst hij met zijn duim over zijn rechterschouder. Ik loop de kant op die hij aanwijst naar een deur die leidt naar een binnenplaats. Ik wacht bij de rode pickup. De nigeriaan en Ignacio komen naar buiten en stappen in de chauffeur en bijrijder stoel. “Hop on!” gebaart Ignacio en wijst naar de bak. Ik klim erin via de klep van de laadbak aan de achterkant en ga zitten op de verhoging bij het rechterachterwiel. Ik zet de gps-app van mijn telefoon aan en hij begint op te nemen. We rijden de binnenplaats uit.

Hoofdstuk 6

De pickup rijdt met gemak door de plassen. Maar langzaam maar zeker rijden we het gebied in waar het water nog kniehoog staat. Ik zie twee mannen en een kind in een kano. We rijden het schoolplein op. De school is een langwerpig gebouw verdeeld in twee lokalen. Het dak is van golfplaten. Elk lokaal heeft 1 klein hoog raampje. Naast een van de deuren, onder een afdak staat een bankje. Er staan vijf kleine jongens op variërend van 7 tot 11 jaar schat ik. We stappen uit en waden door het water. Ik voel een afkeer voor het koude vieze water dat mijn schoenen en broek weer binnen dringt. Binnen zitten de kinderen op de tafels. De meester loopt ons tegemoet met het jongste kind in zijn armen. Hij loopt recht op mij af en zonder iets te zeggen geeft hij mij het kind. Het kind kijkt net zo verschrikt als het andere kind dat ik eerder vandaag vasthield. Ik voel dat hij bibbert. Ik til hem in de laadbak en geef hem een rodekruis deken die ik al had zien liggen in de bak. Een baal van dekens bijeengehouden door touw. Een aantal grote jongens lopen zelf naar de auto. Ik pak nog een klein kind aan uit de armen van Ignacio en til hem omhoog. Ik help een paar jongens die hun voet met moeite op de rand van de auto krijgen omhoog. Ze zeggen niets. Ik zie geen meisjes. Ik loop om de auto heen en deel dekens uit. Sommige kinderen gaan zitten in de bak en anderen blijven staan. Sommigen weigeren een deken en gaan op de rand van de bak zitten. Als de onderwijzer en de twee rodekruis mannen naar buiten komen neem ik aan dat iedereen eruit is. De zittende jongens moeten gaan staan anders past het niet achterin. We beginnen weer te rijden. Soms zien we iemand die tegen ons begint te roepen, ik versta het niet. De auto stopt twee keer om iemand mee te nemen. De laadbak puilt uit. Ik zit zelf op de rand van de bak. De mensen die staan worden tegen elkaar gedrukt als een overvolle metro. De auto rijdt stapvoets tot we een weg hebben bereikt waar alleen hier en daar plassen staan. We beginnen meer vaart te maken en stoppen pas als we het opvangkamp bij de Plaza Mall hebben bereikt. De laadbak gaat open en de jongens klimmen eruit. Ze blijven op een kluitje dicht bij elkaar. Hun onderwijzer loopt met ze mee en de Rode Kruis mannen stappen ook uit. Er staan vierkante tenten in twee lange rijen opgesteld op een plein naast een oud en vervallen woonhuis. De twee mannen lopen het huis in en ik volg ze. Ik kijk een binnenplaats van een gebouw in en zie vrouwen op hun hurken zitten rond een vuurtje dat ze maken op de betonnen stenen. Het rookt en smeult. Op bakstenen hebben ze een pannetje gezet. Binnen zitten vijf mensen achter tafels. Voor hen staat een rij. En ik zie dat ze iets opschrijven. “This is where we register the names and arrival date of the refugees. Also we write down where they come from”, zegt de Nigeriaanse rodekruis man die naar me toe is gelopen “Come, we have more to do, we got a call about some elderly people that are stuck in a house and need help”. Ik klim weer achterop de pickup die leeg is. De bak is vol met modder van de schooljongetjes en hun leraar. De baal dekens is nu een hoop geworden. Ik maak een stapel in een hoek van de laadbak en de wagen trekt op. Het begint schemerig te worden. We rijden weer steeds dieper in water. Hier en daar zie ik mensen die lopen met grote ingepakte bundels op hun hoofd. We rijden langs huizen zonder ramen waar soms iemand naar buiten kijkt die uit de raamkozijnen naar buiten hangen. Ik hoor mensen dingen roepen maar versta het niet. De wielen van de auto zijn nu onder water. Ik ben bang dat als we nog verder rijden wordt de laadbak ook nat wordt. De auto stopt. Ik hoor de twee mannen binnen overleggen. De een roept. “We have to continue on foot. Stay here and wait for us”. Ze stappen uit en lopen met het water tot aan hun bovenbenen door naar een huis. Ignacio pakt twee stokken uit de laadbak. Vijf minuten later lopen ze terug met tussen hun een oude man op een draagbaar. Tussen de stokken is een doek gespannen. Daarop ligt iemand. Ik pak een aantal dekens en maak een soort bedje in de bak en open de achterklep. Als ze aangekomen zijn pak ik de man onder zijn oksels vast en sleep hem op de dekens van de draagbaar af. Hij schreeuwt het uit alsof ik hem pijn doe. Hij heeft een wandelstok in zijn linkerhand waar hij wild mee zwaait. Ik versta er niets van. Ik heb het idee dat hij boos op mij is. Met de oude man is ook een jongere man meegekomen die zelf instapt. Hij heeft gebeld. “Is he your father?” Vraag ik. “No, my grandfather.” De auto start er we rijden terug. Ik zie onderweg twee langwerpige kano’s waar mensen in zitten en liggen om het overstroomde gebied te ontvluchten. Ik zie ook hier mensen door het water waden met een grote baal op hun hoofd. We droppen de twee mensen bij het opvangkamp en rijden terug naar het town hall. Ik loop achter de mannen aan en we komen in de zaal met de whiteboards en de kaarten. Jackson zit nog achter de computer. Ik zet mijn gps-app stil en laat Jackson zien hoe ik de route download op onze overstroming kaart. Er verschijnt een lijn op de kaart. De huidige ondergrond die we gebruiken geeft een bruinrood gebied aan. Als we het satellietbeeld van deze week straks kunnen downloaden zal het er heel anders uit zien. De randen van de overstroming zal zich aftekenen als een diepblauwe deken die zich verder uitstrekt dan normaal. Dicht op het dorp, de straten, de huizen. Ik luister naar de Rode Kruis mensen overleggen. De draagbaar is onhandig zeggen ze, ze moeten een bootje hebben. Of een kano. Er is nog een lijst met meldingen die ze moeten afgaan. Er zijn nu ook twee andere pickups bezig mensen te redden. Ik vraag Ignacio of ik hier kan blijven en hij met mijn telefoon hun route kan bijhouden. Hij stemt toe en doet de telefoon in zijn borstzak. We staan naast de white boards en hij kijkt naar de kaarten. Jackson heeft de meldingen met een stift de meldingen op de kaart getekend waar wij zojuist geweest zijn. Er staan er nog acht op. De details staan op een A4tje die Jackson Ignacio geeft. De mannen overleggen in welke volgorde ze de meldingen zullen nagaan. Bij sommige staan details, dat het bijvoorbeeld om oude mensen of kinderen gaat, maar bij andere meldingen staat weinig. “I will stay here with Jackson to help collect damage and casualty data on the maps.” Zeg ik. Zij vertrekken weer.

Hoofdstuk 7

Ik loop even de ruimte uit. Op zoek naar een WC, die ik vind in de hal. De pot is vies en het stinkt er. Ik hang boven de pot en voel mijn bovenbenen aanspannen. Ik sluit mijn ogen, druk met mijn handen op mijn gezicht en zucht even diep. Als ik de hal binnen loop met alle bureautjes en mensen zie ik Josefine zitten en naast haar nog een bekend gezicht. “Mohammed!” roep ik “how are you? Where is Mr. Kees?” “I am fine miss. We got caught on the road to Idah. We tried to drive inland away from the water but the car broke down. We had to continu on foot. Mr. Kees checkt into the a hotel nearby and is resting. “ “Well, I’m happy to hear you are safe. Can you tell Mr. Kees I am volunteering in the mapping room. It is over there. I would like to see him..” Ik wijs naar ons kaarten lab. Mohamed knikt. “See you later” zeg ik terwijl ik de gang in loop. Jackson is aan de telefoon en zit achter de GIS-laptop. Ik loop even door naar de kamer van mr. Samuel. Er is niemand. Al mijn spullen liggen nog steeds uitgestald. Mijn laptop, de voeding, de snoeren, de muis, mijn schrift. Mijn portemonnee en paspoortetui, een handje vol pennen. Alles ligt er nog. Ik pak de hoorn van het vaste toestel op het bureau en draai Dirks nummer. “Dirk” “Met Sanne” “Ha! Roept hij. “Nog een teken van leven. Nog geen half uur geleden had ik Kees aan de lijn. Hij was nogal kapot van de voettocht die ze moesten maken. Hoe gaat het met jou? Hoe is het gegaan?” Ik vertel Dirk de verkorte versie van de afgelopen 12 uur en zijg neer op een stoel naast het bureau. Ik begin te begrijpen hoe Kees zich moet voelen. Ik voel hoe zwaar mijn benen en armen zijn, mijn schouders ontspannen terwijl ik naar Dirk luister. Ons hotel ligt in het overstroomde gebied. Hij stelt voor dat ik mezelf incheck in hetzelfde hotel als Kees, dat Mohammed mij kan laten zien waar het is. Het is op loopafstand. Beloof hem dat ik dat zal doen nadat ik nog eens poolshoogte neem van de reddingswerkzaamheden en we spreken af morgen te bellen. Ik voel me gerustgesteld nu ik weer contact heb gehad met mijn collega’s. Ik ben niet alleen en ze zijn mij niet vergeten. Ik loop terug naar Jackson en kijk wat hij doet. Hij is aan de telefoon en ondertussen tekent hij een punt in op de digitale kaart. Hij voegt een naar toe in de attribuut tabel en een label verschijnt in beeld. Hij kijkt op en knikt en trekt zijn wenkbrauwen omhoog bij wijze van groet. Ik zie dat de kaart al gevuld is met punten met labels. Jackson hangt op. “Look, look!” zegt hij trots “I have added all the locations the field teams have visited and am continually calling them to give me details”. “It looks impressive, you are doing a great job.” Ik voel me als een trotse mentor. “Can I show you one more trick?” Vraag ik hem. “Ignacio has my phone and the GPS is sending their route to my email address in a gpx format. Watch.” Jackson kijkt gefixeerd naar wat ik doe. Ik open mijn email en zie dat er 11 e-mails zijn gearriveerd. In elke email zit zoals ik verwachtte een gpx bestand. Ik sla de bestanden op in een mapje. Open ze een voor een in de GIS kaart van Jackson en er verschijnen 11 grillige lijntjes in elf verschillende kleuren in het beeld. Jackson kijkt naar mij en dan weer naar het scherm. Look, these are the routes they took.” “wonderful! Look you can see how my points are all connected by your routes. You have to give me that app! I need it.” Ik glimlach om zijn enthousiasme en geniet van mijn succesje. Hij geeft mij zijn telefoon en ik zoek de app in de Google Play store. De app downloadt en ik geef hem terug. Hij kijkt zo blij als een kind. We worden ruw uit ons nerd momentje gerukt door een groep mannen die druk en hard pratend binnenkomen. Jackson update zijn kaart layout en drukt op print en hangt het A4tje trots op het bord. Ik ga op zoek naar het door Dirk aangeraden hotel. Terwijl ik me de volgende ochtend aankleed word ik gebeld via de vaste telefoon op mijn nachtkastje. De receptionist verbindt mij door met Nederland. Het is Michiel. Sofie ligt in het ziekenhuis. Mijn maag valt 10 cm door iets dat voelt als een steen ter grootte van een sinaasappel. Ik zijg in elkaar op het bed. ‘Wat is er gebeurt?’ vraag ik. ‘Ze was flauwgevallen in de woonkamer en heeft nu 40 graden koorts. Ik heb de dokter gebeld. Hij zei direct naar het ziekenhuis gaan. Ze is weer bij kennis. We zijn in Rijnstate. Er komt straks iemand om haar te onderzoeken, meer weet ik niet’. ‘Ik wil bij jullie zijn. Ik ga proberen zo snel mogelijk daar te komen. Laat me weten als je meer weet. Ik bel je als ik een vlucht heb kunnen regelen. Liefs en sterkte voor jullie’ zeg ik met een vlakke stem. Ik hang op en loop paniekerig door de kamer op zoek naar mijn schoenen. Ik loop door de gang en vraag bij de receptie of ze Mr. Beets al op hebben gezien. Nee. Ik vraag of ik zijn kamernummer mag weten, het is urgent. Ja dat mag. Het nummer is 15. Ik klop op zijn deur en hoor gestommel en moet even wachten. Hij doet open met verwarde haren, in een mouwloos hemd en een spijkerbroek. Hij heeft blote voeten en staat mij gefronst aan te kijken. Hij doet een stap naar achter om de deur verder open te doen en stapt met stramme benen naar achter. ‘Mijn dochter is ziek. Ze weten nog niet wat het is. Ik wil naar haar toe.” Ik krijg een brok in mijn keel en mijn knieën knikken. “Ga zitten”, zegt Kees wijzend naar een stoel waar hij snel een tas af haalt. Ik ga zitten en leun met mijn elle bogen op mijn knieën. Zwarte vlekken dansen voor mijn ogen. Ik leun voorover, een trucje dat ik vroeger heb geleerd bij flauwtes na bloedprikken of inentingen. Kees legt een hand op mijn schouder. ‘Dat is het. Rustig aan. Blijf zitten.’ Ik snik en snotter. Kees geeft me een tissue. Terwijl hij af en toe bezorgd mijn kant op kijkt pakt hij zijn telefoon en gaat bij het raam bellen. ‘Goedemorgen, ja we zijn allebei in Hotel Central. Sanne moet met spoed naar Nederland. Haar dochter is ziek. Ja. Oké, akkoord. Uitstekend.’ Hij hangt op. Ik snuit en kijk hem verwachtingsvol aan. ‘Dirk zegt dat morgenmiddag een vlucht vanuit Abuja gaat, maar de weg naar Abuja is afgesloten. We zitten hier voorlopig vast. Het spijt me.’ Ik adem scherp in en laat de opmerking op me werken, mijn schouders schieten allebei star omhoog, ik krimp ineen. ‘We zitten hier vast’ voegt Kees er nog aan toe. Zonder iets te zeggen loop ik verdwaasd de hotelkamer uit, de trap af en het hotel uit. Buiten is het nog schemerig en regent het alweer. Ik blijf even onder het afdak van het hotel staan. De portier die naast de deur op een krukje zit kijkt me onderzoekend ‘Are you o.k. madam?’. Zonder te antwoorden loop ik de regen in. Ik voel mij schouders door mijn blouse heen nat worden van de regen. Voor mij uit rent een man met een bundeltje op zijn hoofd. Hij rent een winkeltje in om te schuilen. Ik loop nu als enige op straat. Ik voel de regen op mijn schouders. Mijn haar wordt nat. Ik sta opeens voor het stadhuis. De straten stinken naar opdrogende modder. Ik loop naar binnen naar de “rescue headquarters”. ‘Goodmorning’ wenst Jackson me toe, die achter de computer zit met QGis open op het scherm. Ik knik vaag en leun staand tegen een tafel aan. Ik kijk met hem mee. Hij kijkt nog eens naar me om en gaat weer aan het werk. ‘We zitten hier vast’ gaat steeds door me heen. Alle kaarten zijn verdwenen van de whiteboard. Ik zie dat de rescue locatiekaart al een stuk voller is dan gisteravond. ‘We zitten hier vast. Wat moet ik doen? Wat kan ik doen?’ vraag ik me af. ‘Where is the rescue team?’ vraag ik Jackson. ‘I want to ask them about the road to Abuja’. ‘They are on their way back right now. You can ask them. I heard the bridge north of Lokoja cannot be crossed, part of it collapsed.’ ‘It’s hopeless!’ zeg ik ‘I really need to travel to Abuja so I can catch a flight tomorrow’. ‘I’m sorry, miss’ zegt Jackson. Ik schop tegen een poot van de vergadertafel en du ween stoel weg. ‘Wat een kutzooi dit’ denk ik. ‘Wat een godvergeten puinhoop.’ Terwijl ik de headquarters zaal uitstuif bots ik bijna tegen de rodekruis mannen op. ‘Woah there! Good morning!’ Zonder goedemorgen terug te zeggen begin ik met vragen ‘how kan I get to Abuja? I need to get there today. I want to fly tomorrow.’ ‘Well’ antwoord één van de mannen ‘the bridge has collapsed. Crossing by boat would be your best chance. But we are advising everybody to stay away from the river and the flood area until the crisis has passed. The crossing by boat would be your best chance but that may take a few days yet. We have to wait until the water level subsides.’ ‘If you don’t believe it’ zegt de andere rode kruis man ‘come with us and see for yourself. We could use your help today. There are still may families stranded without water, food or shelter.’ I zie ineens het beeld voor me van Sofie in de witte lakens van een Rijnstate bed met een dokter die haar antibioticakuur checkt. Ik ben extra dankbaar voor Michiel op dit moment. Ik kan er niet bij zijn. De keuze is voor me gemaakt. ‘Yes, let’s go.’ Jackson en de tweede rodekruis man hebben ondertussen informatie uitgewisseld. De ene overhandigt aantekeningen op kaarten aan Jackson en Jackson geeft hem een nieuw stapeltje kaarten met crisis locaties waar er volgens meldingen vast zitten. ‘Ik geef me over. We zitten hier vast.’ Denk ik terwijl ik achter de rodekruis mannen aan loop en plaats neem achterop de pickup plaats. ‘Ik geef me over’ zeg ik hardop tegen niemand in het bijzonder. De regen is gestopt. De zon staat nog laag boven de horizon. Ik hou me vast aan de rand van de laadbak en kijk uit over de overstroomde vlakte. Het water is geen centimeter verder gekomen maar ook niet geweken. Ik zie niemand op straat, in bootjes of op daken. De stad ziet er verlaten en spookachtig uit in het ochtendlicht.

Ik begin aan een schrijf project 

De laatste jaren ben ik bezig met schrijven. Ik wil schrijven. Ik wil leren schrijven. Om dit te leren ben ik de laatste jaren bezig met writing practice, waar ik al artikelen over geschreven heb. Ik volgde laatst een cursus bij Geertje Couwenbergh over eetbaar schrijven. Schrijven voor een publiek, zoals hier op mijn blog. Ik vond het heel lastig om een onderwerp of project te kiezen. Uiteindelijk schreef ik een blogpost over een lastig moment in mij  leven als moeder. En ik schreef een lange brief aan mijn neefje over mijn onzekerheid, eetprobleem en neerslachtigheid tijdens mijn studie. Deze was niet voor publicatie. Ik heb hem ook niet verstuurd. Verder dan die twee schrijf producten kwam ik niet.

The practice of writing memoire

Ik wanhoopte niet. Dacht eerder, ik wil het niet forceren. Mijn grote schrijf project komt wanneer het komt. Toen ik thuis kwam van de cursus ben ik het boek Old friend from far away gaan lezen van Natalie Goldberg. Het gaat over memoires schrijven. Gevoed door vragen van Natalie en opdrachten om steeds 10 minuten over een bepaald onderwerp te schrijven, schreef ik 2 notitieblokken vol. Oefenen, oefenen, oefenen. Maar wordt dit nou mijn body of work? Wanneer maak ik echt een creatief product vroeg ik me af. Geïnspireerd door de YouTuber Linda Barsi begon in met een outline van mijn levensverhaal. Hoofdstukindeling per fase, chronologisch, rechtoe rechtaan. 

Twijfels

Wat ik nu doe is de anectdotes sorteren door ze in het document te typen op de plaats waar ze in de structuur horen. Dit is waar ik nu sta. Ik wordt nu belaagd door twijfels. Ook door de tips van Linda Barsi die screenplay schrijver is. What is the dramatic question? What are the characters wants and needs? What are the setups and payoffs? De theorie achter deze vragen snap ik wel, ze legt het duidelijk uit. Maar kan ik mijn eigen leven zien als een dramatic question? Of moet ik een periode uit mijn leven kiezen en daar over schrijven? Bijvoorbeeld: dit meisje heeft een extreem laag zelfbeeld en een eetprobleem. Hoe komt ze hier uit? Hoe lost ze dit op?

Proces

Ik zie het nu als een proces waar ik in zit. Ik blijf stug anekdotes plaatsen in de structuur en een steeds lijviger document opbouwen. Mijn gevoel zegt dat als ik bezig blijf ik wel tot een resultaat zal komen. Ik moet er wel tijd aan besteden. Ik heb met mezelf afgesproken iets minder op YouTube te kijken en iets meer zelf te creëren. Minder consumeren , meer creëren. Een voorbeeld nemen aan de YouTube creatives en iets minder naar ze kijken. Dus voorlopig dag! Mascha, Sanny, Anna, Gary en Marie.

Is dit herkenbaar voor iemand? Zijn er nog meer mensen die schrijf beginners zijn of waren? Let me know.

Ben ik wel geschikt om moeder te zijn?

Ik heb er al een half leven op zitten. De huidige fase in mijn leven begon toen ik besloot samen te gaan wonen. Vroeger had ik veel vrije tijd, stond ik op wanneer ik maar wilde. Ik ging wel eens uit met vrienden of hing op de bank een film te kijken. Ik had weinig doelen. Het leven bestond uit veel leuke dingen zoals festivals, concerten, feestjes, picknicken in het park met veel wijn. Maar ook eenzaamheid, onzekerheid, ontevredenheid. Nu heb ik samen met mijn vriend 2 kinderen. Nu werk ik, zorg ik voor de kinderen, lees ik af en toe een boek, sport ik, kijk ik af en toe televisie en praat is soms met mijn vriend. Na de eerste intensieve jaren na de geboorte van onze kinderen ging ik me afvragen: moet ik de rest van mijn leven voor mijn kinderen leven door voor ze te zorgen, of is er nog meer in het leven? Dat laatste natuurlijk, dat wist ik wel want ik had al zoveel meegemaakt. Maar kunnen al die leuke dingen ook naast mijn kinderen? En wil ik dat wel? Wil ik nog steeds festivals , concerten en feesten? Ja, op zijn tijd is het wel leuk maar ik heb er minder behoefte aan. Ik zou meer stilte willen, onbegrensd kunnen slapen. Wakker worden zonder direct iets te hoeven doen. Vrije tijd alleen met mijn vriend. Dit is waar ik nu weinig van heb.
Waar heb ik wel veel van? Veel liefde en warmte van mijn kinderen. Als ik vroeg opsta en beneden in de kamer alvast een kopje thee zet en een YouTube filmpje kijk komen de kleintjes een voor een naar beneden. Ik heb vaak een half uur alleen. Om even te schrijven, mediteren of YouTube kijken. Dan komt er een slaperig koppie om de deur kijken. Ze lopen meestal direct naar me toe en gaan slaperig tegen me aan zitten. Ik trek mijn kind stevig tegen me aan om het op te warmen in de koude ochtend kamer. Het voelt zo vertrouwd en goed. Ik kan ze mijn liefde geven en zij geven mij aandacht, vragen, warmte en liefde. Op zijn tijd ook woede , onvrede, verdriet, onbegrip, een boze schreeuw. Ze zijn er en ze zijn mijn verantwoordelijkheid. Soms ben ik zo boos dat ik ze liever kwijt was, of ben ik zo ontevreden en gefrustreerd dat ik ze aan iemand anders zorg over zou willen laten. Dan vraag ik me af: waarom wilde ik ook alweer kinderen? Ik herinner me dat ik de kans om kinderen te krijgen niet wilde missen. Ik zag in mijn partner al en betrokken en verzorgende vader. Hij wilde al langer kinderen. Dit gevoel kwam bij mij pas na een tijdje. Ik had het nooit eerder gehad. Ik denk dat ik 36 was. Is het biologisch bepaald? Zijn het hormonen? Heb ik het gedaan omdat het van mij verwacht werd? Of omdat ik het heel graag wilde? Het zal als met alles wel een combinatie van deze dingen zijn.
Het moeilijkste van moeder zijn vind ik mijn woede beteugelen als ik zwak ben. Slecht geslapen, moe, grieperig, ziek is de slechtste omstandigheid om te dealen met mijn opstandige kind. Je verbied een kind iets en hij doet het toch. Je zegt het weer en hij doet het weer. Ik denk, kijk hoe rustig ik blijf, ik zeg het weer: niet doen, (wel iets harder nu) en hij doet het weer. Ik pak hem vast bij zijn arm of pols of ik til hem op en zet hem uit de kamer. Vlak voor de deur van zijn kamer blijft hij staan ik geef hem een zetje en zeg, nu blijf je even op je kamer. Het gaat net iets harder dan het mag. En hij weet dat. Hij wordt heel boos en zegt dat ik hem pijn heb gedaan. Kut mama. Hij zegt het en zo voel ik me. Vol spijt en schuldgevoel. Ik ben een gemenerik. En een slechte moeder.
Is dit herkenbaar voor anderen? Zijn er mensen die tips hebben hoe om te gaan met dit soort woede?
Mijn strategie Is om fysiek goed voor mezelf te zorgen. Goed eten en genoeg slapen. Verder ben ik losser geworden in de zin dat ik niet bepaal welke activiteiten we elk moment van de dag doen. Ik stel me flexibeler op. En toch…die woede momenten komen bij tijd en wijle…

Mijn 7 Day Recharge

7dayrecharge is een programma om van stress te detoxen. Het bestaat uit 3 pijlers: energie, focus en geluk.

groene smoothie (5)groene smoothie (1)

Energie

Ik heb de Recharge week volbracht. Ik scoorde een 7.5 en ik ben 2 kilo afgevallen. Dat was niet mijn doel, mijn doel was meer energie. De grootste verandering is om suiker uit mijn dieet te laten. Vlees, vis, ei en kaas heb ik niet echt gemist in die 7 dagen. Ik vond het handig dat er een boodschappenlijst bij zat en ik heb met plezier elke dag braaf de avondmaaltijd gekookt uit het kookboek. Omdat ik de enige was die het at had ik vaak over en nam ik het mee naar mijn werk de volgende dag. Het recept van zondag heb ik nog niet gemaakt.

Ik heb me de eerste 2 dagen oké gevoeld en daarna 3 dagen ronduit slecht. Hoofdpijn, diarree, futloos, moe. Ik weet niet of dat het afkicken van koffie en suiker was of gewoon en griepje. Zaterdag en zondag voelde ik me goed. Ik voelde me heel energiek.

Yoga en meditatie ‘sochtends vond ik fijn om te doen. Ik moest wel steeds een hobbel over van het warme bed naar het koude huis. Lekker om je lichaam soepel te maken en de oefeningen waren makkelijk. Ik heb zelfs een keer de meditatie gedaan met mijn dochter van 4 op schoot. Ze werd er stil van. Het koud douchen heb ik overgeslagen. Brrr, vaak staat er een kind bij me in de douche en die wil ik het ook niet laten schrikken.

3x sporten is gelukt: hardlopen, spinning en power yoga. Heerlijk en goed voor me, maar dat wist ik al. Ik voelde me vaak aan het einde van de werkdag uitgeput. Ik keek al minder tv, dus geen tv kijken na 20.30 was niet moeilijk voor mij. Geen YouTube was moeilijker. De ademhalingsoefeningen deed ik te weinig. Evenals de minipauzes elk uur. Op het werk wordt ik vooral geleefd. Ik neem daar wel bewust een middagpauze. De 5 minutenpauze elk uur ga ik nog aan werken. Dit voor zover de pijler Energie.

groene smoothie (4)groene smoothie (3)

Focus

De tweede pijler van de 7 Day Recharge is Focus. Als ik de avond van tevoren een to do list maak voor mijn werk (ik checkte normaal altijd al mijn agenda op zondagavond) begin ik gefocuster aan de dag en dat geeft me een goed gevoel. Het is wel confronterend dat als ik opschrijf wat mij energie geeft mijn huidige baan niet in dat lijstje voorkomt. Ik heb 1 ochtend in de week vrij. Deze en twee avonden wil ik gebruiken om mijn dromen die ik naast mijn werk heb te verwezenlijken. Focus bij mijn kinderen van 4 en 6 geeft ook plezier. Het werkt bij hen niet om twee dingen tegelijk te doen (proberen de krant te lezen terwijl ze een verhaal vertellen). Ik ben me nu bewust dat als ik ze 100% aandacht geef het fijner is voor iedereen. Als ik even wil lezen zeg ik het gewoon tegen ze. Nu ga ik lezen straks kom ik weer bij jou. Tot zover de pijler Focus.

Geluk

De derde pijler van de Recharge is Geluk. De reden dat ik de Recharge deed was meer energie krijgen. En de reden dat ik meer energie wil is om een leukere moeder te zijn, onder andere. Als ik moe ben, ben ik sneller kortaf naar mijn kinderen, heb ik geen geduld en sta ik orders uit te delen als een kenau. Als ik veel energie heb ben ik veel geduldiger en verdraagzamer. Ik neem de tijd om naar mijn kinderen te luisteren. Om met ze te spelen. Om niet te haasten en te jagen maar met de flow mee te gaan. Ik stuur ze in goede banen om op tijd naar school te gaan maar veel zachter. Zachtjes sturen in plaats van bevelen uitdelen.

Experiment geslaagd. Wat neem ik mee uit de 7 Day Recharge?

* Minder suiker gaan eten. Een theelepel honing in de havermout in plaats van een eetlepel.

* 1 x per dag mediteren.

* Bakje met eten mee naar het werk voor lunch (in plaats van brood)

* To do list dag vantevoren maken

* Af en toe veganistisch eten.

* Blijven sporten

* Doelen stellen en acties benoemen voor mijn dromen.

* 100% aandacht als mijn kinderen met me praten of spelen.

Ps. De oefening om aan je vrienden te vragen wat je talenten zijn was superleuk. Het was meteen een aanleiding om een paar complimenten terug te geven.

Mijn eigen “Happiness Project” I

november 2015 006

Nieuwe gewoonten

Tijdens de voorjaarsvakantie dit jaar las ik “The Happiness Project” van Gretchen Rubin (zie vorig artikel). In het boek onderzoekt zij een jaar lang zelf hoe nieuwe gewoonten haar gelukkig kunnen maken. Dit doet ze door elke maand een aantal nieuwe “habits” uit te proberen. Zij noemt dit “resolutions” en vinkt ze af  in een resolutions chart. Je kan voorbeelden downloaden van haar site www.gretchenrubin.com . Geïnspireerd door Gretchen ben ik zelf aan de slag gegaan. Ik ben begonnen aan de basis: genoeg slapen, regelmatig schrijven, mediteren en hardlopen.

Mijn voornemens in oktober

  1. Elke dag tussen 22 en 23 uur naar bed.
  2. Elke dag morning pages schrijven (zie eerder artikel over morning pages).
  3. Elke week 3 keer hardlopen.

Hoe het ging

Ik ben van half september tot half oktober 6 dagen per week tussen 22 en 23 uur naar bed gegaan en stond rond 6 en 7 uur op. Ik kijk weinig televisie en dit helpt je om je op tijd voor te bereiden om te gaan slapen. Je blijft niet plakken. Ik vind het soms wel moeilijk om te stoppen met YouTube sinds ik een smartphone heb. YouTube heeft voor mij een groot deel de televisie vervangen.

Ik voel me er goed bij. Ik wordt elke dag wakker voordat onze kinderen van 4 en 5 wakker worden. Hier wil ik mee doorgaan.

Mijn tweede “resolution”,  Morning Pages schrijven,  is niet nieuw. Ik deed het al. Dit lukt me 4 dagen in de week. Ik voeg daar nu mediteren (met de stem van Dolly Heuveling van Beek) aan toe. Na het mediteren voel ik me even opgeruimd als na morning pages. Soms doe ik het een en soms het ander. Mijn hoofd leeg hebben, geeft me energie en zin om de dag te starten. Ik ga er mee door.

Mijn derde goede voornemen is hardlopen. Ik had begin september 5 KM hardgelopen tijdens de “Bridge to Bridge” loop. Mijn volgende doel is de 10 km. Daar ga ik nu voor op basis van het schema op www.sportrusten.nl . Mijn voornemen was 3 keer per week, maar dat lukt me niet. Vrijdagochtend ben ik vrij en loop ik altijd een rondje. Op zondag kan ik ook vaak wel even tijd maken. De andere dagen van de week zou ik ‘s avonds moeten lopen in het donker en daar heb ik geen zin in.  Ik houd het nu op twee keer rennen per week.

Stok achter de deur

Gretchen Rubin heeft ook een theorie over hoe verschillende mensen wel of niet geneigd zijn zich aan afspraken (met zichzelf) te houden (zie het artikel op haar blog Video: For Habits, the Strategy of Accountability.. ). Ik val in de categorie mensen voor wie het lastig is om zich aan afspraken met zichzelf te houden maar juist “accountability” van buiten nodig heeft. Mensen die vragen: Heb je gerend vandaag? Of ga je morgen? Hoe snel was je? Dat soort hulp. Ik moet eerlijk toegeven dat ik dit soort hulp nog niet ingeschakeld heb, maar ik wil het wel doen.

Hoe verder?

Ik heb nu dus een lijst van 4 gewoonten die ik wil houden. Gewoonten die ik te moeilijk vind heb ik bijgesteld. Deze  ik:

  1. 6 dagen per week in bed tussen 22 en 23
  2. 4 dagen per week morning pages schrijven
  3. Elke dag 2 keer mediteren. Hiervoor volg ik een online cursus van Dolly Heuveling van Beek.
  4. 2 dagen per week hardlopen.

Zo! Ik moet zeggen dat ik dik tevreden ben met deze lijst. Het is voor mij allemaal haalbaar. Zo’n evaluatie moment nemen zou ik iedereen aanraden. Vier en deel je successen! Gretchen gebruikt zelf een resolutions chart. Heb ik ook geprobeerd maar het werkt niet voor mij. Ik heb ook de app coach.me gebruikt. Write 500 words each day (500WED) was de groep waar ik lid van was. Uiteindelijk vond ik de notificaties en reminders vervelend (ik heb er wel een geweldige schrijfcoach ontdekt: Cecily Kellogg, check haar tips op youtube). Ik wil het simpel houden. Ik heb de app verwijderd. Ik houd wel bij welke afstanden ik loop en in welke snelheid (met de app Mijn Routes).

Welke nieuwe gewoontes wil jij ontwikkelen? Hoe motiveer jij jezelf om je er aan te houden?

Ik ben voor november bezig met een nieuwe lijst resolutions. Dan focus ik me op mijn relatie.

Mijn Helweek in 1500 woorden

Ik volg trouw de video’s op http://www.sannyverhoeven.nl. In april kwam er een serie voorbij over het boek Helweek van Erik Bertrand Larssen. Ik had er nog niet van gehoord. Het klonk als een uitdagend en praktisch zelfhulp boek. Toen Sanny’s serie bezig was zag ik het boek bij de bieb liggen en besloot zelf ook een Helweek “te doen”.

Eerst heb ik het boek helemaal uitgelezen. De basis regels zijn: om 5 uur opstaan, om 22 uur gaan slapen 7 dagen lang. Elke dag sporten, hard werken en gezond eten. Elke dag vantevoren plannen en een dagplanning uitschrijven. Ik heb op 5 gebieden van mijn leven doelen voor mezelf gesteld. Ouderschap, relatie, fitheid, creativiteit en werk. Ik besloot voor de helweek te concentreren op mijn doelen op het werk. Ik heb de hele week een videodagboek bijgehouden (hilarisch om terug te kijken, wat neem ik mezelf serieus en wat een vlog wannabe!).

2

Maandag: Vaste gewoontes

Op maandag was het vroeg opstaan lastig omdat ik onrustig had geslapen, we logeerden namelijk ergens. Ik ben begonnen met mediteren. Foto’s maken en een videodagboek bijhouden. Daarna een uur wandelen en hardlopen met Evy Gruyaert in mijn oren. Ik vond het leuk om het licht te zien worden en heerlijk om zo vroeg hard te lopen in een vreemde lege stad.

Daarna heb ik een dagplanning gemaakt en het hoofdstuk van maandag gelezen.

De belangrijkste vaste gewoonte die ik wil veranderen op mijn werk is de dag beginnen met de belangrijkste taak, dit is vaak een taak waar is tegenop zie omdat ik niet weet hoe ik moet beginnen of het is iets dat ik nog niet zo vaak heb gedaan en twijfel of ik het wel kan. De belangrijke taak schuif ik graag naar achter als er een ad hoc taak op popt die ik leuker of makkelijker vind. Deze dag had ik vrij want het was 2e pinksterdag. Ik had me voorgenomen om te beginnen aan een werktaak en ik heb het de hele dag uitgesteld. Les van de dag is: begin met de belangrijkste taak en doen het meteen in de ochtend. Verder merk ik dat mijn dagplanning veel te optimisctich is. Ik moet realistischer leren plannen. Overall wel een tevreden gevoel.

12

Dinsdag: Modus en focus

Opstaan en sporten ging goed. Het is een heerlijk gevoel om zo vroeg en alleen op de wereld de natuur in te trekken met mijn fiets. Ik ben de Posbank opgefietst zonder af te stappen en was even oog in oog met een hert. Ik heb in helweek gelezen en mijn dagplanning gemaakt. Modus op mijn werk was: doelgericht en vasthoudend. Focus was: begin met het belangrijkste. Les van vandaag was: Begin de werkdag met deze taak. In de middag is focussen voor mij veel lastiger.

1417

Woensdag: Timemanagement

Vandaag iets meer moeite om op te staan. De dag staat in het teken van het huishouden en voor de kinderen zorgen. Dag begonnen met lezen in het boek. Het hardgelopen naar Hoogte 80. Dat is een bergje bij ons in de buurt. Heerlijk voldaan gevoel. Ik geniet van de momenten ’s ochtends vroeg als nog niemand wakker is. Ik krijg een headstart. Dagplanning gemaakt. Ik moest een week, maand en jaarplanning maken. Ik merk dat ik het lastig vind om een gehele planning te maken van werk en prive. Ik merkte dat ik al 2 weken niet in mijn papieren agenda had gekeken waardoor ik niet wist dat Tom een spelletjesochtend had. Ik heb op mijn werk een digitale agenda en een applicatie voor mijn to do lijst. Thuis heb ik een papieren agenda en hebben we aan de muur een gezinplanner. Ik wil toe naar 1 plek waar ik alles bijhoud. Maar hoe? Verder heb ik ontdekt dat ik veel te weinig tijd inplan voor acties. Realistisch plannen is iets dat ik nog moet leren. Vandaag was een matige dag. Niet een goede maand- en jaarplanning gemaakt. Ik vind het lastig. Niet tevreden over mijn prestaties en prikkelbaar en vermoeid. Wel op tijd naar bed gegaan.

 44

Donderdag: Buiten je comfortzone

Stipt om 5 uur opgestaan. Gelezen in Helweek en een fietstocht van een uur langs de IJssel gemaakt. Het was weer heerlijk. Voelde me daarna heel fit. Vandaag is mijn modus om een leider te zijn. Ik moet op mijn werk een kennissessie leiden, wat ik een beetje spannend vind. Mijn voornemen is om iedereen welkom te heten, doelgericht het proces te bewaken en focussen op het resultaat dat ik na de sessie wil hebben. Ik heb er zin in. Ik voel me heel gefocust en het lukt allemaal!

Vannacht moet ik de hele nacht doorhalen. Ik heb twijfels hierover. Ik maak een to do list met vervelende klusjes zoals enveloppen openmaken, rekeningen betalen, vakantiehuisje boeken etc. Ik ga om 01.30 nog eens douchen, verban mezelf naar de zolder en ga aan de slag. Na een uur ben ik door mijn klusjes heen en ga ik een tutorial doen van een videoprogramma. Ik kom er niet in en merk dat ik me moeilijk kan concentreren. Werken aan een memo voor mijn werk bijvoorbeeld kan ik me niet toe zetten. Ik ga in mijn dagboek schrijven en stort in om 3.30 en slaap. Om 5 uur sta ik moe weer op. Het viel me tegen. Het was een sport om wakker te blijven maar echt productief was ik niet.

46

Vrijdag: Rust en herstel

Vandaag moet ik door de dag heen ontspanningsoefeningen doen. Ik moet naar kantoor waar ik hier geen plek voor heb. Ik zou me opgelaten voor voelen om met mijn ogen dicht te zitten. Ik doe de oefening wel thuis maar lang niet elke 2 uur. Ik loop wel een rondje om het kantoor zonder jas om een beetje wakker te worden. ’s Avonds ben ik heel erg moe, gebroken. Het out of your comfort zone begon pas echt vandaag. Vechten tegen de vermoeidheid. Ik heb spijt van de nacht overslaan. Ik heb er de hele dag last van. Als ik net thuis ben om 17 uur vraagt een vriendin of ik naar een cafe kom om even wat te drinken, ik zeg af en heb er later spijt van.

Toch heb ik veel acties ondernomen op het werk. Overleggen gepland met collega’s. De hele dag zware oogleden, niet scherp maar gewoon dóórgaan. Ik ben blij als ik voor 22 in bed lig en nog even wat lees in Helweek om daarna heerlijk te slapen.

52

Zaterdag: Innerlijke dialoog

5 uur op, lezen in Helweek, dagplanning maken en hardlopen naar Hoogte 80. Ik red het weer om de berg op te rennen met Start to Run van Evy Gruyaert en voel me super voldaan. ’s Ochtends wel wat weerstand om op gang te komen maar zodra ik in actie kom gaat het goed. Ik koop nieuwe hardloopschoenen om mezelf te stimuleren.

Ik heb een hele dag afgesproken met twee vriendinnen. Ik merk dat ik me heel positief voel en erger me aan het geklaag van anderen. Ik zou meer willen praten over doelen en de dingen die ik wil bereiken maar hou me in en vraag naar de anderen. Tijdens het eten komen we los en gaan we goed naar elkaar luisteren en elkaar aanmoedigen. Het doet me goed en ik merk wat een verschil er zit in onze energie vergeleken met het begin van de dag. Het verschil is ook dat we nu niet alleen over onze kinderen praten maar meer over ons eigen werk, vrije tijd, vakanties en wat we daarin tegenkomen en graag zouden willen. Ik zie mezelf als een positief ingestelde persoon. Ik help graag anderen maar werk ook aan mezelf. Ik ga voor mijn eigen doelen. Voor de dingen die ik belangrijk vind en die me gelukkig maken. Dit hoeft niet ten koste te gaan van mijn gezin maar ik merk dat ik het lastig schipperen vind tussen mijn persoonlijk doel en ons gezamelijke geluk. Ik haal mezelf niet naar beneden, maar spreek mezelf moed in.

Zondag: Plaats je leven in perspectief

Zondag sta ik pas om 5.45 op. Ik merk dat ik aan het verslappen ben met de regels. Ik voel het einde in zicht komen en ben een beetje klaar met de helweek. Ik voel me zwaar en vermoeid. Toch ga ik een eind fietsen samen met Tom naar Sonsbeekpark en daarna de sportschool in voor 45 min spinning.

Wat neem ik mee uit de helweek:

  • Op mijn werk elke dag beginnen met 1 belangrijke taak waar ik tegenop zie.

  • Nacht doorhalen doe ik nooit meer. Goed slapen is belangrijk voor mijn humeur en wilskracht.

  • Ik zal op mijn werk modus en focus gebruiken. Ik kom krachtiger over en kan het resultaat (van overleggen, projecten, etc.) hierdoor meer beinvloeden.

  • Doorgaan met mijn blog, ik zit vol met plannen.

  • Wel vroeg opstaan, maar niet om 5 uur. Zin om niet zoveel meer te moeten. Het is heerlijk om in de zomer vroeg op te staan en helemaal alleen te zijn. Het zijn magische uren, echt een aanrader.

  • Plannen (week, maand, jaar, jaren) moet ik nog leren, de helweek was te kort om deze onder de knie te krijgen. Oefenen, oefenen, oefenen.

  • Een week is te kort om alles uit het boek te leren. Toch heeft de week indruk op mij gemaakt en zal ik de zware- en hyperenergieke momenten niet snel vergeten. Ik zal het volgende zomer weer doen. Deze keer zonder doorhaalnacht. Doe jij mee?

The Happiness Project

The Happiness Project

maa2015mei2015 099

Drie weken geleden ging ik met mijn gezin op vakantie. We gingen voor acht dagen naar Corfu. We vlogen via Schiphol. Op weg naar de gate liepen we langs een boekwinkel. Mijn vriend vroeg aan me of we even binnen zouden kijken. Ja, waarom niet. Mijn dochter had al snel iets van Little Pony gevonden met veel roze. Mijn zoon kon niets leuks vinden en twijfelde hevig. Ik ging kijken bij de engelstalige titels. Deze zie ik niet vaak liggen in boekwinkels en ik vind het prettig om een in het engels geschreven boek ook in het engels te lezen. Ik dacht nog, nee, laat maar, ik heb geen boek nodig want de kinderen houden me druk genoeg in het vliegtuig. Toch gleed ik met mijn ogen langs de titels en liep ik in de richting van de management en coaching boeken. Mijn oog viel op het boek The Happiness Project van Gretchen Rubin. Het boek sprak me meteen aan omdat het om een persoonlijk relaas ging van een vrouw met kinderen en een hang naar zelf-hulp en persoonlijke groei. Ik wilde dit boek hebben. Als ik een boek vind dat ik graag wil hebben kan ik me extreem hebberig voelen. Veel heb ik in het vliegtuig inderdaad niet gelezen. Aangekomen op Corfu des te meer.

De eerste avond op ons donkere balkon werden we betoverd door de sterrenhemel, de maan en het mooi verlichte haventje waar we op uitkeken. De volgende dag merkten we dat we onder de muggenbulten zaten. ’s Avonds buiten zitten was dus niet zo’n goed idee. De volgende avonden lag ik rond 21 uur in bed met mijn boek. Elke avond en ochtend lag ik te lezen in Rubins zelfontplooiingsrelaas. Heel herkenbaar was haar strijd met boosheid en met name het uitvallen tegen haar kinderen. De uitdagingen die zij had met niet alles kunnen controleren had ik ook. Irritaties binnen haar relatie lostte ze op door de ander zijn rechten en ruimte te gunnen zonder “gold stars”, complimenten of andere compensatie te verwachten. Ik was onder de indruk van Rubins belezenheid en vond haar manier van deze kennis overbrengen heel toegangkelijk.

maa2015mei2015 077

Terwijl ik het boek las werd ik geconfronteerd met mijn eigen kleine kinderen die in het kleine vakantie appartement elkaar in de haren vlogen. Het was soms erg tegenstrijdig. Terwijl ik las over: hoe wordt ik gelukkig? voelde ik dat ik in alle valkuilen trapte. Continu NEE zeggen, mijn geduld verliezen, de kinderen met geweld uit elkaar halen, boos worden, schreeuwen.

Het is nu drie weken geleden en nog steeds speelt het boek door mijn hoofd. Ik voel: hier wil ik iets mee. Om haar zoektocht te markeren maakte Rubin een Resolutions chart. Deze heb ik gedownload van haar site www. gretchenrubin.com. Terwijl ik het boek las heb ik voor mezelf opgeschreven wat mijn eigen Happiness Project zou kunnen behelzen. Welke doelen wil ik nastreven? Ik heb doelen gesteld voor mijn blog, mijn werk, mijn gezin, mijn gezondheid en mijn relatie. Het boek heeft me geinspireerd om in actie te komen. Ik heb lieve dingen gedaan voor mijn partner, ik ben ’s ochtends gaan hardlopen. Ik heb nagedacht over mijn kinderen. Over kleine kinderen schrijft Rubin: “The days are long, but the years are short”. Dus geniet van ze nu ze klein zijn. Ik heb extra genoten van mijn kinderen.

Ik wil Gretchen Rubin zeker blijven volgen en mijn eigen Happiness Project opzetten. Daarin moet ik wel zoeken naar mijn eigen stijl want die van Gretchen is mij te systematische en te geordend. Haar gevoel voor humor is aanstekelijk en lijkt me onontbeerlijk voor zo’n project.

Mijn ervaring met “morning pages”

Mijn ervaring met “morning pages” begon een paar jaar geleden. Toen las ik het boek The Artist’s Way van Julia Cameron, een soort handleiding voor het ontwikkelen van creativiteit. Een van de tools die Julia gebruikt zijn morning pages. Schrijf elke ochtend voordat de dag begint 3 handgeschreven blaadjes tekst.

DSCN2648

Ik had behoefte aan “iets voor mezelf”. Een plekje in huis en in mijn hoofd waar ik me even niet bezig hield met verantwoordelijkheden. Een open plek waar ik mezelf kon zijn en waar er ruimte was voor nieuwe gedachten. Een leeg hoofd, een leeg blad waar er ruimte was voor dingen om te ontstaan. Niet zorgen voor anderen of reageren op prikkels van buiten. Even helemaal stil zijn, het even niet weten ( wat ga ik nou schrijven?), de pen laten bewegen over het papier om woorden te vormen, drie bladzijden lang.

DSCN2650

Ik deed het in het begin sporadisch. Niet elke ochtend. Vaak waren onze kleine kinderen al vroeg op en vroegen mijn hulp. Nu slapen de kinderen tot 7 uur en wordt ik zelf vaak een uur eerder wakker. Ik score nu 4 keer morning pages schrijven op de 7 dagen van de week. Ik ben tevreden zo.

DSCN2651

Hoe gaat het in zijn werk? en wat levert het op?

Ik begin meestal te schrijven met enige weerstand. Het is moeilijk om uit het warme bed te komen om te schrijven. Als ik begin is het iets mechanisch. Ik begin met de datum en het tijdstip op te schrijven. Daarna volgt een aantal zinnen over hoe ik me fysiek voel en hoe ik heb geslapen. Ik merk dat hierna het schrijven al iets makkelijker gaat. Dan volgt een braindrain. Ik schrijf alle dingen op waar ik over pieker, dingen die ik moet doen op het werk, situatie van de vorige dag met mijn kind waarin ik boos werd, ontevredenheid over mijn fysieke conditie en lichaam, verveling, kortom, een klaag verhaal.

Als dat uit de weg is (meestal na 1 bladzijde) komen er ideeen in mij op. Er gaat een positief kraantje open in mijn hoofd waar oplossingen voor problemen ontstaan of plannen voor acties in mijn leven die leuk zijn. Zo ga ik de situatie op mijn werk oplossen, dit wil ik met mijn kind gaan doen, dit wil ik opruimen in mijn huis, die ga ik bellen om weer eens gezellig te eten, etc. Deze ideeenstroom gaat door tot de 3 pagina’s vol zijn. Ik leg dan mijn schrift en pen weg en begin met een opgeruimd hoofd aan mijn dag.